Verschillende rekenwaarden, verschillende uitkomsten
Voor de BENG-berekening op woongebouwniveau rekenen we met de werkelijke rendementen van de warmteleverancier, aangetoond met een kwaliteitsverklaring (EMG-verklaring). Maar bij het bepalen van de energielabels van individuele woningen werkt dit anders. Daar mogen we (conform het opnameprotocol) niet rekenen met de werkelijke rendementen van de EMG-verklaring, maar moeten vaste, forfaitaire waarden worden gebruikt (NTA 8800). Daardoor komen energielabels gemiddeld 1 tot 2 klassen lager uit dan je op basis van de nieuwbouw BENG-resultaten van het gebouw zou verwachten.
Het verschil is puur administratief en ontstaat doordat voor het label verplicht met het forfaitaire rendement gerekend moet worden.
Onderbouwen van energieprestatie
Bij bewoners kan hierdoor een foutief beeld ontstaan, namelijk dat zij een minder zuinige woning hebben gekocht. De hoogte van het energielabel kan de waarde van de woning beïnvloeden, dit is dus voor veel bewoners erg belangrijk. Om aan te tonen hoe het verschil tussen de individuele appartementen en het gehele gebouw kan ontstaan, schreven wij voor onze opdrachtgevers al vaker notities. Hierin leggen wij het verschil tussen BENG en het energielabel uit. Zo helpen we ontwikkelaars om aan te tonen dat het gebouw wel goed presteert.
Wilt u hier meer over weten? Neem dan gerust contact op met een van onze adviseurs.