DGMR/Actueel en kennis/Publicaties/De milieuadviseur als VAR

De milieuadviseur als VAR

Bij een milieuadvies is het soms net als in de sport. Opdrachtgevers schakelen een milieuadviseur niet alleen meer in voor een onafhankelijke beoordeling, zoals een scheidsrechter, maar ook steeds vaker als VAR, de videoarbiter. Om te controleren of een analyse klopt, maar vooral om gemaakte afwegingen te toetsen. Steeds vaker geven we  bij DGMR op verzoek bij complexe afwegingen een second opinion. Om gevoelige punten toe te lichten en onduidelijkheden weg te nemen.

Elias den Breejen   |   DGMR   |   10 augustus 2026

Wonen en industrie en de second opinion van de milieuadviseur als VAR

Download dit artikel

De eredivisie is afgelopen weekend begonnen en binnenkort starten ook andere sportcompetities. Topsport was niet voor mij weggelegd, dus ik kreeg al snel het scheidsrechtersfluitje. Bij veel wedstrijden waren er altijd supporters die iets van mijn beslissingen vonden. Vroeger maakten ze, als ze het niet eens waren met mijn beslissing, al snel het gebaar van het brilletje; je hebt het niet goed gezien. Tegenwoordig tekenen ze de rechthoek van de VAR.

Twee soorten beslissingen

De videoarbiter is bedoeld om het spel eerlijker te maken. Bij sommige beslissingen van de scheidsrechter geeft de VAR direct uitsluitsel. Bij andere beoordeelt hij vooral of de scheidsrechter een verdedigbare afweging heeft gemaakt:

  1. Ja/Nee-beslissingen, zoals wel of geen buitenspel. De scheidsrechter kan daarbij blindelings op de VAR vertrouwen.
  2. Situaties die om een afweging vragen, legt hij terug bij de scheidsrechter. Bijvoorbeeld of sprake is van een reglementaire schouderduw of niet.

Een functie als VAR zien wij steeds vaker terug in ons werk als milieuadviseur. Wij worden dan niet als ‘ scheidsrechter’ ingehuurd voor een milieuonderzoek, maar we vervullen de rol als ‘VAR’ om in een second opinion het onderzoek van een andere partij te beoordelen. Andersom gebeurt overigens ook dat onze rapporten op deze wijze worden beoordeeld door een ander adviesbureau. Het past goed in een tijd waarin we mondiger zijn en niet zomaar alles van de overheid of een andere partij aannemen.

Beslissing goed gemotiveerd

In zo’n second opinion komen we zowel ja/nee-beslissingen als afwegingen tegen. Het aantal ja/nee-beslissingen is beperkt. Dit zijn vooral vragen of de risicoberekening correct is uitgevoerd. Afwegingen zijn er des te meer, omdat een belangrijk deel van het werk kwalitatieve beoordelingen zijn. Is bijvoorbeeld de zelfredzaamheid in een bepaalde situatie op orde? Of: Is het logisch om een bepaald restrisico te accepteren? Of: Heeft men voldoende veiligheidsmaatregelen genomen?

Juist bij dit soort vragen kan de VAR meekijken en scherp stellen of een beslissing goed gemotiveerd is en hoe deze eventueel te verbeteren is. De vraag naar een second opinion ontstaat om verschillende redenen. In de praktijk zien we vooral vier soorten opdrachtgevers.

  1. Initiatiefnemers die onzeker zijn over hun eigen adviseur
    Als een initiatiefnemer geen vertrouwen heeft in zijn eigen adviseur, wringt er iets in de klantrelatie of is sprake van grote belangen. Als initiatiefnemer zul je beide adviseurs moeten managen om samen tot het beste resultaat te komen; je hebt allen hetzelfde doel.
  2. Tegenstanders die zich fel tegen een plan verzetten
    Tegenstanders van een plan kunnen goede punten hebben. Zij komen vaak uit de directe omgeving en zijn goed op de hoogte van de situatie ter plekke. Zeker bij gevoelige situaties moet een gemeente goed onderbouwen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, ofwel een ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). Tegelijk helpt het als bezwaarmakers zich richten op de echte pijnpunten. Wie op alle slakken zout legt, loopt het risico dat de kern van zijn bezwaar minder overtuigend overkomt.
  3. Omwonenden die zich zorgen maken om de veiligheid van een plan
    Een dergelijke situatie vraagt vaak om bemiddeling tussen een initiatiefnemer en bezorgde omwonenden. Zij willen zeker weten dat de initiatiefnemer de veiligheidsrisico’s en andere milieubelasting serieus en voldoende heeft onderzocht. Vaak zijn er wel maatregelen mogelijk, maar het blijft een afweging of die maatregelen binnen een plan doelmatig zijn. De kosten moeten in verhouding staan tot de verbetering van de veiligheid en ze moeten voldoende zijn voor de omwonenden. Hoe eerder daarover duidelijkheid ontstaat, hoe beter dat meestal is voor beide partijen.
  4. Concurrenten die willen weten of sprake is van gelijke behandeling
    Sommige bedrijven willen weten of voor een concurrent dezelfde vergunningsvoorschriften gelden als voor henzelf. Omdat voor veel activiteiten de voorschriften uniform in het Bal zijn geregeld, is dit bijna altijd het geval. Daar waar het bevoegd gezag wel een beleidsvrijheid heeft, zijn er soms verschillen. Maar die zijn vaak goed uitlegbaar. Een beoordeling op dit punt is mogelijk, maar meestal volgt hieruit dat de vergunning op een juiste manier is verleend.

Toetsen maar niet beslissen

Kortom, we zijn in Nederland steeds kritischer en steeds mondiger over onze omgeving. We kunnen als DGMR helpen om in een second opinion de gevoelige punten en onduidelijkheden in het proces uit te lichten. Daarbij toetsen we de feiten, maar vooral de gemaakte afwegingen.

Maar net als tijdens de voetbalwedstrijden neemt niet de VAR, maar de scheidsrechter (lees: gemeente/Raad van State) de beslissing!

 

Download dit artikel

Onze adviseurs

Elias den Breejen

Specialist Industrie, verkeer en milieu

Jasper Pondman

Adviseur Milieu

Omgevingsveiligheid

nieuwe omgevingswet nieuwbouw verbouw

Het tegengaan van risico’s voor de omgeving vanwege bedrijfsactiviteiten met of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Vooral het beschermen van mensen in gebouwen is hierin belangrijk, omdat veel mensen het grootste deel van de dag binnen verblijven.

nieuwe omgevingswet nieuwbouw verbouw

Up-to-date blijven?

Houd mij op de hoogte van de ontwikkelingen bij DGMR.